Politiek nieuwsoverzicht 24 maart 2026

24-03-2026 08:29

Minister: Woningbouwplannen zo snel mogelijk 'hard' maken

De VTW Factsheet praat jou bij over alle voor de Vereniging van Toezichthouders in Woningcorporaties (VTW) relevante politieke ontwikkelingen en mediaberichten.

Met deze week onder andere:

Woningbouw


Minister Boekholt-O'Sullivan roept gemeenten en provincies op om hun woningbouwplannen snel 'hard' te maken. Dat doet zij naar aanleiding van de najaarsmonitor van ABF Research. Op basis van de huidige woondeals is er voor de periode 2025 tot en met 2030 in totaal 128 procent van de behoefte gepland (932.300 woningen), maar nog niet de helft (441.900 woningen) is definitief vastgelegd.

"Om aan de afspraken te kunnen voldoen moeten we gezamenlijk alles op alles zetten om de woningbouwplannen zo snel mogelijk ‘hard’ te maken door de omgevingsplanwijziging vast te stellen in de gemeenteraad en vervolgens te vergunnen. Hier is aandacht voor gevraagd in de bestuurlijke overleggen met de provincies en gemeenten", aldus de minister.

Verder heeft Boekholt-O'Sullivan de Nationale Woningbouwkaart gelanceerd, waarmee de gegevens uit de monitor op planniveau inzichtelijk worden gemaakt. "Alle openbare woningbouwplannen met een geplande realisatie in de komende 20 jaar zijn hier te vinden. De kaart is het resultaat van een nauwe samenwerking met provincies en gemeenten rond de LMVW", schrijft de minister.

  • Kamerbrief: Rapport `Landelijke Monitor Voortgang Woningbouw najaar 2025`
  • Rapport: Rapport `Landelijke Monitor Voortgang Woningbouw najaar 2025`
  • Persbericht: Voldoende nieuwbouwplannen voor 100.000 woningen per jaar
  • FD: Genoeg woningbouwplannen, maar minder dan de helft staat vast
  • Binnenlands Bestuur: Te veel zachte plannen om woningbouwambities te halen

Pensioenfondsen


In politiek Den Haag groeit de druk om het investeringsklimaat voor (buitenlandse) institutionele beleggers op de Nederlandse woningmarkt te verbeteren. Minister Boekholt-O'Sullivan erkent in antwoord op vragen van de VVD signalen te ontvangen dat investeerders 'instabiliteit en onvoorspelbaarheid' ervaren als gevolg van snel wisselende fiscale regimes en huurregelgeving.

Ze haalt een rapport van Capital Value aan waaruit blijkt dat het percentage investeringen door buitenlandse institutionele beleggers afgelopen jaren sterk is afgenomen. Inmiddels zijn ook Kamervragen gesteld over de berichtgeving rond terugtrekkende investeerders van Vesteda. "Hoe beoordeelt u de signalen dat (internationale) beleggers op grote schaal kapitaal terugtrekken uit Nederlandse woningfondsen?", zo vraagt het CDA.

De minister schrijft op basis van de bevindingen van Capital Value dat particuliere investeerders en buitenlandse institutionele investeerders "nagenoeg afwezig zijn in de nieuwbouw". Uit de gesprekken die de minister met de sector voerde komt naar voren dat pensioenfondsen vanwege risico- en spreidingsoverwegingen "tegen de grenzen aanlopen van hoeveel zij kunnen investeren in de Nederlandse woningmarkt".

Omdat de minister tevens erkent dat ook buitenlandse investeerders nodig zijn voor de woningbouwambities, wil zij conform het regeerakkoord het investeringsklimaat verbeteren. In het tweede kwartaal komt ze dan ook met een uitgebreidere reactie op het SEO-rapport naar de staat van het investeringsklimaat voor middenhuurwoningen.
 
De VVD vraagt daarnaast of het kabinet overweegt om het fbi-regime te herintroduceren. Buitenlandse beleggingsinstellingen konden op deze manier zonder winstbelasting investeringen doen in de Nederlandse woningmarkt, maar deze maatregel is sinds vorig jaar geschrapt.

"Het terugdraaien van de aanpassing van het fbi-regime zou betekenen dat in bepaalde gevallen buitenlandse investeerders al dan niet onbedoeld opnieuw Nederlandse belastingheffing zouden kunnen ontlopen. Dit acht het kabinet geen evenwichtige situatie", zo valt te lezen.

  • Antwoord op vragen van de leden Van Eijk en Peter de Groot over investeringscapaciteit van pensioenfondsen in de woningbouw
  • Vragen van de leden Steen en Inge van Dijk (beiden CDA) aan de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en de staatssecretaris van Financiën over uitstroom van beleggers uit woningfondsen
  • FD: Vesteda poogt massale uitstroom beleggers uit woningfonds te beperken
  • FD: Vesteda doet beroep op obligatiehouders na uitstappende investeerders
  • Pararius: Advies aan Minister Boekholt-O'Sullivan

Wet regie


In de Kamer is ruime steun voor de novelle die is opgesteld om een aantal amendementen uit de Wet regie te halen, zo werd afgelopen week duidelijk tijdens het af en toe toch verhitte wetgevingsoverleg. GroenLinks/PvdA en de ChristenUnie bleven erop hameren de doelstelling van 30 procent sociale huur op gemeentelijk niveau vast te leggen, maar minister Boekholt-O'Sullivan en een groot deel van de Kamer willen regionale differentiatie mogelijk maken. In navolging van gemeenten en provincies vrezen ChristenUnie en GroenLinks/PvdA voor een Poolse landdag, waarbij gemeenten de verantwoordelijkheid voor de regionale opgave voor sociale huur van zich af schuiven.

De minister zegde toe haar bevoegdheid in te zetten om in te grijpen als gemeenten en provincies niet binnen een half jaar tot afspraken komen. "Binnen een halfjaar na inwerkingtreding moeten afspraken over de verdeling van betaalbare woningen zijn gemaakt om tijdig de volkshuisvestingsprogramma's te kunnen vaststellen", zo liet ze weten. "Ik verwacht van provincies dat zij in actie komen als er niet tijdig afspraken worden gemaakt. Daar waar het niet lekker loopt ga ik in gesprek en spoor ik de provincie aan om zelf knopen door te hakken. Waar nodig zal ik provincies de opdracht geven om hierover instructies te geven. [..] Ingrijpen doe ik wanneer bestuurlijk overleg niet lukt, want dat is nog altijd de snelste weg."

Daarnaast wil Boekholt-O'Sullivan nader bezien wat de gevolgen zijn van de wens in de Kamer om in de betaalbaarheidsregels ook 25 procent betaalbare koop op te nemen. "Bij de uitwerking om deze doelstelling te realiseren zal ik goed kijken naar de uitvoerbaarheid in de praktijk. Aandachtspunten zijn grote lokale verschillen, de benodigde flexibiliteit en het voorkomen van de verdringing van de middenhuurwoningen. Ik zal uw Kamer in ieder geval voor aanvang van het meireces informeren over deze uitwerking", aldus de minister.

Ook gaat de minister op verzoek van de Kamer knelpunten bij de vergunningverlening onderzoeken. In de novelle is het NSC-amendement om fatale termijnen in te stellen gesneuveld, maar alsnog leeft breed de wens om sneller tot besluitvorming te komen.

Opvallend genoeg hield Boekholt-O'Sullivan tijdens het debat de mogelijkheid open dat het miljardentekort voor corporaties alsnog met de beschikbare middelen kan worden weggewerkt. "In het coalitieakkoord worden een aantal maatregelen voorgesteld, zoals het structureel verlagen van de vennootschapsbelasting met 325 miljoen per jaar. Mijn voorlopige inschatting is dat het met dit pakket in theorie mogelijk wordt het financiële tekort van de sector op te lossen. Ik hou natuurlijk een slag om de arm, bijvoorbeeld omdat dit om een grootschalige herverdeling tussen corporaties vraagt", zo gaf ze aan. "Daar heb ik geen instrumenten voor. We moeten kijken hoe zij dat instrument kunnen gebruiken om dat tekort dicht te lopen."

Verder kwam het tot een confrontatie tussen ChristenUnie-Kamerlid Grinwis en SGP-Kamerlid Flach over één van de weggewerkte amendementen in de novelle. Een jaar geleden steunde een meerderheid het PVV-amendement om statushouders categorisch uit te zonderen van urgentie. Grinwis verweet partijen als de VVD en SGP in te hebben gestemd met een "zeer discriminerend" amendement, maar de partijen op rechts wilden daar niets van weten. Volgens hen blijft overeind staan dat starters niet verdrongen mogen worden door statushouders.

Verder wil de minister bezien of de leeftijdsgrens om als starter te worden aangemerkt kan worden verhoogd naar 35, in lijn met de leeftijd die geldt voor de vrijstelling overdrachtsbelasting.

Toezeggingen:
- Dit voorjaar ontvangt de Kamer een brief over de invulling van de maatregelen die zijn aangekondigd in het coalitieakkoord met betrekking tot de financiële situatie van woningcorporaties en het kunnen uitvoeren van de Nationale Prestatieafspraken. In deze brief neemt de minister tevens de onderbouwing/berekening van de stelling op dat het financiële tekort voor de uitvoering van de Nationale Prestatieafspraken met de maatregelen die het kabinet aankondigt, kan worden opgelost.
- In het eerste kwartaal van 2027 stuurt de minister de Kamer een brief over de inzet van de mogelijkheid die de minister heeft om een instructiebesluit te nemen.
- Voor het meireces ontvangt de Kamer een beleidsbrief over de uitvoering van de gewijzigde motie-Peter de Groot/Welzijn (36512, nr. 102) over 25% betaalbare koop bij nieuwbouw.
- De minister zal voor de uitwerking van de regeling met betrekking tot het aangenomen amendement (36512, nr. 9) over de urgentie voor dakloze gezinnen met kinderen in overleg treden met belangenbehartigers voor daklozen, zoals Valente en Dakloosheid Voorbij.
- Uiterlijk 23 maart ontvangt de Kamer de reeds gevraagde brief over de Wet nieuwe regels inzake huisvesting vergunninghouders.
- Voor de zomer volgt een brief over hoe de minister gaat zorgen voor voldoende alternatieve huisvesting.
- In september 2026 ontvangt de Kamer een brief over de ervaring met parallel plannen en de handreiking snelheid in proces aan de versnellingstafels.

Ingediende moties, inclusief oordeel kabinet:

  • Motie VVD (9) verzoekt de regering te onderzoeken hoe gemeenten kunnen worden gestimuleerd en beloond om alternatieve huisvesting voor statushouders en andere doelgroepen die flexibele woningen nodig hebben te realiseren; Oordeel Kamer
  • Motie VVD (10) verzoekt de regering om gemeenten die wel de doelstelling van minimaal 25% betaalbare koopwoningen behalen voorrang te geven op bestaande regelingen, zoals de Woningbouwimpuls; Oordeel Kamer
  • Motie SGP (11) verzoekt de regering de definitie van "starters" te harmoniseren, en in het Besluit versterking regie volkshuisvesting het leeftijdscriterium te verruimen naar personen tussen de 18 en 35 jaar; Oordeel Kamer
  • Motie SGP (12) verzoekt de regering knelpunten bij vergunningverlening in (woning)bouwprojecten te inventariseren, mogelijke oplossingen in kaart te brengen, en de Kamer daarover voor de zomer 2026 te informeren; Oordeel Kamer
  • Motie PVV (13) verzoekt de regering om vast te leggen dat ook bij betaalbare koop de minimale instandhoudingstermijn start vanaf de ingebruikname van een betreffende woning; Ontraden
  • Motie PVV (14) verzoekt de regering om vast te leggen dat ook uitstromende huurders van jongerenwoningen behoren tot de aandachtsgroep "starters"; Oordeel Kamer
  • Motie PVV (15) verzoekt de regering om vast te leggen dat door het Rijk verzamelde woongegevens ook op gemeentelijk niveau, en waar mogelijk op wijk- en buurtniveau, beschikbaar worden; Onduidelijk
  • Motie PVV (16) verzoekt de regering een haalbaarheidsonderzoek te houden naar mogelijkheden voor samenwerking tussen Nederlandse en Vlaamse gemeenten inzake de versterking van uitvoeringscapaciteit om woningbouw te versnellen; Oordeel Kamer
  • Motie JA21 (17) verzoekt de regering het wetsvoorstel dat de mogelijkheid tot voorrang voor statushouders bij sociale huurwoningen beëindigt, voortvarend door te zetten en zo spoedig mogelijk bij de Kamer in procedure te brengen; Ontijdig
  • Motie JA21 (18) verzoekt de regering om in het Besluit volkshuisvesting en bijbehorende instructieregels op te nemen dat bij nieuwbouwprogrammering twee derde van de woningen betaalbaar is, waarvan 25% sociale huur, zodat er meer programmeerruimte ontstaat voor middenhuur en betaalbare koop; Ontraden
  • Motie JA21 (19) verzoekt de regering geen rijksbijdragen voor woningbouwprojecten toe te kennen aan gemeenten die in hun woningbouwprogrammering verdergaande betaalbaarheidseisen hanteren dan de landelijke normen zoals vastgelegd in het Besluit volkshuisvesting; Ontraden
  • Motie GL/PvdA (20) verzoekt de minister om, wanneer binnen een halfjaar na inwerkingtreding van de wet nog geen afspraken zijn gemaakt in een woningbouwregio en daar ook geen zicht op is, erop te sturen dat iedere gemeente in de betreffende woningbouwregio 30% sociale huur en 37% woningen in het middensegment moet gaan programmeren; verzoekt de minister daarbij ruimte te bieden om lokaal af te wijken om volkshuisvestelijke redenen; verzoekt de minister hiervoor indien nodig het ontwerpbesluit aan te passen; Oordeel Kamer
  • Motie SP (21) verzoekt de regering de doelen van het Nationaal Actieplan Dakloosheid ongewijzigd na te streven en een plan te presenteren aan de Kamer hoe zij de doelen voor 2030 alsnog gaat halen; Ontijdig, maar minister gaat nog in gesprek met collega Sterk
  • Motie SP (22) verzoekt de regering de uitsluitingsgronden die het recht op urgentie voor dakloze gezinnen beperken te schrappen en een nieuw voorstel voor te bereiden dat urgentie mogelijk maakt voor mensen die volgens de ETHOS-definitie dakloos zijn of dreigen te worden; Ontraden
  • Motie SP (23) verzoekt de regering te waarborgen dat het aantal en het aandeel sociale huurwoningen niet afneemt en maatregelen te treffen om te voorkomen dat verkoop of sloop zonder voldoende vervangende nieuwbouw leidt tot een verdere afname van de sociale woningvoorraad; Ontraden, daarna aangepast
  • Motie SP (24) verzoekt de regering te waarborgen dat gemeenten die meer sociale huurwoningen realiseren dan het landelijke minimum niet worden gesanctioneerd of financieel worden benadeeld; Ontraden

Dinsdag zal over de moties worden gestemd.

  • Verslag debat
  • Kamerbrief: Appreciatie motie van het lid Beckerman over de doelen van het Nationaal Actieplan Dakloosheid ongewijzigd nastreven en hiervoor een plan presenteren

Voorrang statushouders


Minister Boekholt-O'Sullivan trekt het wetsvoorstel om een verbod op de voorrang voor statushouders in, zo kondigde ze afgelopen week aan. Het wetsvoorstel kwam voort uit het vorige kabinet, maar kreeg veel kritiek van de Raad van State. De minister wil daarom eerst werken aan een convenant met gemeenten en maatschappelijke partners om eerst te zorgen voor voldoende huisvesting.

Als er voldoende huisvesting geregeld is komt er alsnog een wettelijk verbod, maar de minister wil daarbij wel kijken naar de kritiekpunten van de Raad van State en de uitvoerbaarheid voor gemeenten.

In het convenant wil Boekholt-O'Sullivan onder andere afspraken maken over "het snel ontwikkelen van flexibele locaties voor tijdelijke woningen waar statushouders, Oekraïners en andere woningzoekenden die tijdelijke huisvesting nodig hebben, terechtkunnen als alternatief voor het gebruik van sociale huurwoningen". Ook het stimuleren van woningdelen wordt een belangrijk onderdeel van het convenant.

Ze wil nog voor de zomer een conceptconvenant presenteren. Het wetsvoorstel moet nog dit jaar in consultatie.

  • Kamerbrief: Vervolg van het wetsvoorstel voor een verbod op voorrang voor statushouders
  • Persbericht: Nieuw wetsvoorstel en alternatieve huisvesting statushouders
  • Telegraaf: Kabinet zet streep door wet die voorrang voor statushouders in sociale huur moest verbieden
  • NRC: Kabinet trekt omstreden wetsvoorstel voor verbod voorrang op woning statushouders in
  • VNG: VNG steunt intrekken voorstel verbod voorrang statushouders
  • Aedes: Aedes: logisch dat verbod voorrang voor statushouders van tafel gaat

EPBD


Minister Boekholt-O'Sullivan heeft de Kamer geïnformeerd over het traject voor de gefaseerde invoering van de nieuwe Europese regels voor de energieprestatie van gebouwen (EPBD IV). Onderdeel hiervan is een aanpassing van de bepalingsmethode van energielabels per 2030, "gebaseerd op totaal primair energiegebruik en met een indeling van A tot en met G". De minister geeft aan dat het haar inzet is om de gevolgen voor gebouweigenaren en huurders zo minimaal mogelijk te laten zijn, maar ze erkent wel dat de nieuwe regels gevolgen kunnen hebben.

Per 29 mei 2026 gaat al het eerste deel van de EPBD IV in werking. "Deze tranche bevat een aantal wijzigingen in de bepalingsmethode van de energieprestatie, extra zonne-energie op gebouwen, technische bouwsystemen, duurzame mobiliteit, laadinfrastructuur voor elektrisch vervoer en (fiets-)parkeerplaatsen, uitwisseling van gegevens en databanken over energieprestatie gebouwen, verbeterde en uitgebreidere informatie op het energielabel, uitbreiding van de labelplicht naar en (verslagen van) keuringen van systemen voor verwarming, ventilatie en airconditioning", zo valt te lezen.

Verder werkt Boekholt-O'Sullivan in dit kader aan een National Building Renovation Plan (NBRP), waarin wordt uitgewerkt hoe Nederlandse gebouwen (waaronder woningen) per 2050 volledig emissievrij (ZEB) moeten zijn. Vragen die zij daarbij wil beantwoorden zijn: "hoeveel gebouwen moeten er nog aangepakt worden om te voldoen aan het ZEB-einddoel in 2050? Wat voor soort gebouwen zijn dit (woningen, utiliteitsbouw, voor-oorlogs, na-oorlogs, eengezins, meergezins, etc.) en hoeveel maatregelen (isoleren van vloer, dak, gevel of raam en aanpassen van de installatie) moeten er dan nog genomen worden? Welk tempo is nodig en uitvoerbaar? En met wat voor soort beleid wil Nederland dat gaan bevorderen: subsidiëren, normeren, of beprijzen?".

Alvorens met een plan te komen wil de minister eerst een IBO-onderzoek afwachten. Ook werkt ze aan de hand van een evaluatie aan een ZEB-norm. Met deze norm moet beoordeeld worden of gebouwen aan de EPBD-vereisten voor emissievrije bouw voldoen.

  • Kamerbrief: Stand van zaken Energieprestatie van Gebouwen (Energy Performance of Buildings Directive, EPBD IV)
  • Persbericht: Nederland werkt verder aan uitvoering Europese richtlijn voor energiezuinige gebouwen

Infrastructuur


De bewindspersonen van IenW stellen in een Kamerbrief dat de grote financiële tekorten op het Mobiliteitsfonds en Deltafonds dwingen tot prioritering. Zij vragen de Kamer om richting te geven aan deze keuzes en "hun wensen, bedenkingen en afwegingen voor een samenhangende prioritering aan te dragen."

Ook geven de bewindspersonen aan dat wordt gekeken naar aanvullende financieringsbronnen waarbij "zal worden gekeken naar de mogelijkheden om baathebbers, zoals bedrijven, grond- en vastgoedeigenaren, en gebruikers meer te betrekken bij de bekostiging van infrastructuur. De inzet van alternatieve bekostigingsbronnen vergt maatwerk per MIRT-project (...). Ook blijven we kijken naar de mogelijkheden van Europese financiering."

Kamerbrief: Prioritering Mobiliteitsfonds en Deltafonds


Amelisweerd


Het afschieten van het tracébesluit A27/A12 door de Raad van State is 'zeer problematisch' voor de woningbouw in de regio, maar ook breder: "De gevolgen zijn verstrekkend. Er is jarenlang aan het project gewerkt en er is nu geen zicht op een oplossing voor het bereikbaarheidsvraagstuk in de regio", zo schetst minister Karremans in een Kamerbrief.

"In de regio Utrecht is er een grote woningbouwopgave van 165.000 woningen4 voor een voorziene 300.000-350.000 (nieuwe) inwoners. Dit is de grootste woningbouwontwikkeling van Nederland. Deze opgave vraagt de juiste randvoorwaarden voor mobiliteit", aldus de minister.

"Realisatie van het project Ring Utrecht is steeds als uitgangspunt gehanteerd voor de (actuele) woningbouwplannen. Ook vormt dit project de basis voor een stap naar goede bereikbaarheid van de toekomstige woningbouwlocatie Rijnenburg en ‘A12 zone’ (30.000 – 60.000 woningen). Naar verwachting zal de vernietiging van het Tracébesluit gevolgen hebben in relatie tot de woningbouw. De regio brengt de gevolgen van de vernietiging van het Tracébesluit voor de woningbouw de komende tijd in beeld."

Kamerbrief: Vernietiging Tracébesluit A27/A12 Ring Utrecht


Commissiedebat Staat van de Infrastructuur


Tijdens het commissiedebat over de Staat van de Infrastructuur vroeg minister Karremans de Kamer om geduld, maar gaf hij wel aan op korte termijn met scherpe keuzes te zullen komen. In de Kamer klonken grote zorgen door, aangezien veel prioritaire projecten (bijvoorbeeld ten aanzien van woningbouw) dreigen te sneuvelen vanwege de enorme tekorten in de totaalopgave. Ook coalitiepartij CDA drong fel aan op het uitvoeren van aangenomen moties, maar Karremans hield de boot af.

"Gegeven de opgave van 80 miljard, kan ik nu niet zeggen van: die staan per definitie op één of die moeten straks op één", gaf Karremans aan. "We doen het niet voor niets, dat soort projecten. Vaak omdat er een belangrijke reden is, ofwel woningbouw, ofwel bereikbaarheid of anderszins, dat er bepaalde wegen of spoorlijnen moeten worden aangelegd. Maar ik kan nu niet op voorhand toezeggen dat die bovenaan staat."

Karremans gaf aan nog voor het commissiedebat Strategische keuzes bereikbaarheid op 22 april met een afwegingskader te zullen komen.

Diverse partijen wezen erop dat het kabinet veel te weinig middelen uittrekt voor onderhoud en aanleg voor infrastructuur en het kabinet kijkt daarom onder andere naar alternatieve vormen van financiering. De PVV haalde fel uit naar de suggestie om ook de ozb in te zetten voor infrastructurele projecten, maar volgens Karremans is het vanwege de omvang van de opgave nodig om alle opties te onderzoeken.

In het debat werden wederom meermaals de zorgen over gebracht over de dringende noodzaak om het gemaal bij IJmuiden aan te pakken. Ook hiervoor liggen momenteel geen middelen klaar, terwijl het urgent is hier snel over te beslissen.

Transcript commissiedebat

Het politiek nieuwsoverzicht werd mogelijk gemaakt door platform 1848.nl


Veel gezocht