FAQ

Belet en ontstentenis commissaris en rvc

Wanneer is sprake van belet of ontstentenis?

Van belet is sprake als een commissaris zijn of haar taak tijdelijk niet kan uitvoeren. Bijvoorbeeld door ziekte, zwangerschap, schorsing of een tegenstrijdig belang dat optreedt.

Let op! Een commissaris met belet is nog steeds in functie en hoofdelijk aansprakelijk.

Bij ontstentenis is een commissaris niet meer in functie doordat hij of zij (tussentijds) is afgetreden, ontslagen of overleden.

Wat kan de rvc doen bij belet of ontstentenis van de gehele rvc?

Bij belet of ontstentenis van een gehele rvc gaa het om een situatie waarin alle leden van de rvc tijdelijk of definitief buiten functie zijn. 

De Woningwet vereist dat de statuten van de corporatie voorschriften bevat over de wijze waarop in de rvc wordt voorzien ingeval in geval van ontstentenis en belet van de gehele rvc (artikel 30 lid 12b).

De modelstatuten voor de corporatie van Aedes en VTW bevat de volgende bepaling (artikel 15 lid 3):

“De raad van commissarissen wijst jaarlijks in zijn laatste vergadering van het kalenderjaar twee personen van buiten zijn kring aan die ingeval van belet of ontstentenis van de gehele raad van commissarissen tijdelijk de functie van commissaris op zich nemen en die, ingeval van ontstentenis van alle leden van de raad, zo spoedig mogelijk voorzien in de benoeming van een voltallige raad van commissarissen met inachtneming van het bepaalde in de statuten. De door de raad van commissarissen aan te wijzen personen dienen te voldoen aan de eisen die de wet en de statuten stellen aan commissarissen van de stichting. [ALTERNATIEF: Ingeval van belet of ontstentenis van de gehele raad van commissarissen verzoekt de stichting aan de Vereniging van Toezichthouders in Woningcorporaties (VTW) om vanuit de commissarissenpool van de VTW twee commissarissen voor te dragen die als taak hebben om tijdelijk de functie van commissaris op zich te nemen, en die, ingeval van ontstentenis van alle leden van de raad, zo spoedig mogelijk voorzien in de benoeming van een voltallige raad van commissarissen met inachtneming van het bepaalde in de statuten.]”

Zie Commissarissenpool voor meer informatie.

Wat kan de rvc doen bij belet of onstentenis van een enkele commissaris?

De modelstatuten van Aedes en VTW voor de corporatie bevatten geen voorschriften omtrent ontstentenis of  belet van één commissaris.

De rvc kan bij ontstentenis of belet van één commissaris een beroep doen op de Commissarissenpool van de VTW voor een tijdelijke commissaris.

Let op! Uitbreiding van het aantal commissarissen bij belet is alleen mogelijk als de statuten dit toelaten en kan gevolgen hebben voor het
wettelijk aantal commissarissen in de rvc benoemd op voordracht van de huurdersorganisatie.

Kan een rvc een commissaris die langdurig met belet is ontslaan?

Nee, een commissaris kan uitsluitend worden ontslagen door de ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam.

Een commissaris kan zelf ontslag nemen - al dan niet na intrekking van de zienswijze na een tussentijdse toets door de Aw (zie FAQ/Zienswijze geschiktheid en betrouwbaarheid) - door schriftelijk zijn of haar lidmaatschap van de rvc op te zeggen.

De Woningwet bepaalt in artikel 33 lid 1 dat de ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam exclusief bevoegd is een commissaris of een rvc te ontslaan. Zij gaat daartoe uitsluitend over op verzoek van het bestuur of de rvc van de corporatie, of op verzoek van de minister. Ontslag kan alleen plaatsvinden wegen taakverwaarlozing, wegens andere gewichtige redenen of wegens ingrijpende wijziging van de omstandigheden op grond waarvan het aanblijven als commissaris of rvc redelijkerwijs niet van de corporatie kan worden verlangd.
De exclusieve bevoegdheid van de ondernemingskamer laat geen ruimte voor (aanvullende) ontslagregelingen in de statuten van individuele corporaties.

De rvc kan een commissaris wel schorsen. De schorsing vervalt van rechtswege, als niet binnen een maand na de aanvang van de schorsing een verzoek tot ontslag bij de ondernemingskamer is ingediend (artikel 33 lid 2 Woningwet).

Een procedure bij de ondernemingskamer neemt al snel enkele maanden in beslag en de kosten zijn fors mede door de advocaatkosten. Bovendien kan een openbare procedure negatieve publiciteit en reputatieschade opleveren voor zowel de commissaris als de corporatie.

In 2018 is een commissaris bij een woningcorporatie voor het eerst en laatst door de ondernemingskamer ontslagen.

Governancecode Woningcorporaties 2025

Is afwijken van de code mogelijk?

De code bevat een aantal zogenaamde 'pas toe'-bepalingen, weergeven met [PT]. Deze bepalingen hebben een verplichtend karakter omdat ze de basis leggen voor goede governance. Van deze bepalingen kan niet worden afgeweken.

Daarnaast zijn er ‘pas toe óf leg uit’-bepalingen, weergegeven met [PTLU]. Daarvan kan in bijzondere gevallen worden afgeweken, maar alleen met een goede en inhoudelijke uitleg.

Als van een ‘pas toe of leg uit’-bepaling wordt afgeweken dan onderbouwt de corporatie dit op een inzichtelijke manier en verantwoordt zich actief waarom afwijking leidt tot een beter resultaat. Het kan zijn dat in unieke omstandigheden of een unieke context van de corporatie afwijking leidt tot effectiever waarborgen van transparantie, integriteit of naleving van wet- en regelgeving. Of tot evenwichtiger behartiging van belangen van belanghebbenden. Of tot betere aansluiting bij behoeften van belanghebbenden. Of tot versterking van het vertrouwen dat de corporatie haar taken op verantwoorde wijze uitvoert.

Om welk type bepaling het ook gaat, uitleggen is in alle gevallen belangrijk. Dat draagt bij aan transparante en aanspreekbare woningcorporaties.

Mag ik bestuurder worden van de corporatie waar ik commissaris ben geweest?

Nee, dat is in strijd met de Governancecode Woningcorporaties. Deze bepaalt in 'pas toe'-bepaling 3.7 het volgende:
Bestuursleden mogen in de drie jaar voorafgaand aan hun benoeming geen lid zijn geweest van de rvc van de corporatie. Een uitzondering hierop vormt het tijdelijk voorzien in het bestuur door een lid van de rvc bij belet en ontstentenis van bestuurders, zoals bedoeld in bepaling 3.19. [PT]

Bepaling 3.19 luidt als volgt: 
Bij ontstentenis of belet van het bestuur kan een lid van de rvc bij hoge uitzondering tijdelijk de rol van bestuurder op zich nemen, voor een periode van maximaal 3 maanden.
In deze periode treedt het lid terug uit de rvc en neemt dus niet deel aan de besluitvorming van de rvc. Na afloop van deze periode kan de betreffende persoon weer toetreden tot de rvc.
Hierbij wordt dit lid niet betrokken bij de besluitvorming over zaken die zich hebben voorgedaan om de periode dat hij of zij waarnemend bestuurder was. [PTLU]

Meer informatie: Tijdelijke vervanging bestuurder

Wat wordt met bepaling 3.13 van de code bedoeld en wordt dit gesprek gevoerd met de rvc-leden (erbij)?

Bepaling 3.13 is een 'pas toe'-bepaling en 'luidt als volgt:
Een meerhoofdig bestuur bespreekt ten minste één keer per jaar het gezamenlijk functioneren en dat van individuele leden.
De uitkomsten van deze evaluatie worden gedeeld met de rvc.

Dit betekent dat, als er sprake is van een meerhoofdig bestuur, het bestuur ten minste één keer per jaar ook zelf het gezamenlijk functioneren bespreekt en dat van individuele leden. Het gesprek bedoeld in bepaling 3.13 wordt niet gevoerd met de rvc-leden (erbij).

Is een auditcommissie verplicht en welke regels gelden er voor de samenstelling?

De Governancecode Woningcorporaties 2025 bepaalt in 3.20 dat een rvc commissies kan instellen om het toezicht te ondersteunen. En verder dat de voorzitter van de rvc geen voorzitter van de auditcommissie is en ook niet van de remuneratiecommissie. Dit is een 'pas toe of leg uit'-bepaling. Er gelden echter ook wettelijke regels.

Sinds de OOB-grens per 2026 is verhoogd naar 20.000 verhuureenheden, geldt de verplichting tot het instellen van een auditcommissie voor corporaties vanaf 10.000 verhuureenheden (artikel 55a Woningwet en artikel 105 lid 1 onder g BITV). 

Voor 2026 gold deze verplichting voor corporaties vanaf 5.000 verhuureenheden. Het Besluit toezicht accountantsorganisaties wees in artikel 1a onder b Toegelaten instellingen die meer dan 5.000 verhuureenheden bezitten aan als OOB. Het Besluit instelling auditcommissie bepaalde in artikel 2 lid 2 dat een OOB een auditcommissie instelt.

Samenstelling auditcommissie
De auditcommissie bij corporaties bestaat doorgaans uit twee tot drie leden van de rvc. De exacte samenstelling is afhankelijk van de omvang van de rvc en de complexiteit van vraagstukken die door de auditcommissie worden behandeld. 

De rvc neemt een afzonderlijk besluit over de samenstelling van de auditcommissie. De voorzitter van de auditcommissie wordt door de rvc benoemd. De rvc-voorzitter is niet ook voorzitter van de auditcommissie (en evenmin van de remuneratiecommissie) om de noodzakelijke checks & balances te waarborgen. Wel kan de de rvc-voorzitter lid zijn van de auditcommissie.

Wanneer de rvc‑voorzitter zitting heeft in de auditcommissie, mag dit niet leiden tot een onevenredige invloed van de rvc-voorzitter op de financiële besluitvorming. Zeker wanneer in de auditcommissie al veel financiële expertise aanwezig is kan het lidmaatschap van de rvc-voorzitter de noodzakelijke tegenkracht binnen de rvc verminderen.

In de praktijk is de rvc-voorzitter vrijwel altijd lid van de remuneratiecommissie, maar het komt ook voor dat deze lid is van de auditcommissie. Bij ongeveer 15% van de XXS-, XS-, S- en M-corporaties is de rvc-voorzitter lid van de auditcommissie. De rvc-voorzitters van L- en XL-corporaties zijn wel vrijwel altijd lid van de remuneratiecommissie (bron: ledenadministratie VTW, december 2025).

Wat is de maximale benoemingstermijn van de accountant?

Bepaling 5.6 van de Governancecode Woningcorporaties 2025 is een 'pas toe óf leg uit'-bepaling en regelt de benoemingsduur van de externe accountant en de verantwoording over het selectieproces.

De code gaat uit van een benoemingstermijn van maximaal vijf jaar voor de eindverantwoordelijk accountant. Verlenging van de opdracht aan het accountantskantoor is mogelijk tot een maximale opdrachtduur van in totaal tien jaar. De 'pas toe óf leg uit'-bepaling geldt voor alle corporaties, ook als zij niet aangewezen zijn als OOB (minder dan 10.000 verhuureenheden). 

In bijzondere gevallen kan van een 'pas toe óf leg uit'-bepaling worden afgeweken, maar alleen met een goede en inhoudelijke uitleg.

Voordrachtsrecht huurdersorganisatie

Hoeveel huurderscommissarissen heeft een rvc?

Het minimum- en maximumaantal huurderscommissarissen is bepaalt in de Woningwet (artikel 30 leden 10 en 11) en hangt af van de omvang van de RvC:

  • 1 huurderscommissaris als de rvc bestaat uit 3 commissarissen 
  • 2 huurderscommissarissen als de rvc bestaat uit 4 of 5 commissarissen
  • 2 of 3 huurderscommissarissen als de rvc bestaat uit 6 commissarissen
  • 3 huurderscommissarissen als de rvc bestaat uit 7 commissarissen
  • 3 of 4 huurderscommissarissen als de rvc bestaat uit 8 commissarissen
Heeft de huurdersorganisatie ook een rol bij de herbenoeming van een huurderscommissaris?

Ja, de huurdersorganisatie heeft het recht om zowel bij een nieuwe benoeming alsook bij een herbenoeming van een huurderscommissaris een kandidaat voor te dragen. Zie ook de handreiking van VTW en Woonbond met praktische handvatten en aanbevelingen voor zowel huurdersorganisatie als rvc bij de invulling van het voordrachtsrecht.

Zienswijze geschiktheid en betrouwbaarheid

Wanneer is een zienswijze nodig?

De Woningwet bepaalt dat de rvc, voordat hij een bestuurder of commissaris benoemt, de minister verzoekt om een zienswijze op de geschiktheid en betrouwbaarheid van de betreffende persoon voor het lidmaatschap van het bestuur of de rvc. En ook dat een benoeming zonder positieve zienswijze strijdig is met het belang van de volkshuisvesting (artikel 25 lid 2 en artikel 30 lid 2 Woningwet). 

De Aw geeft namens de minister de zienswijze af na een toets op de ‘geschiktheid en betrouwbaarheid’. Zie de website van ILT.

In uitzonderlijke situaties kan een tussentijdse toetsing van de geschiktheid en betrouwbaarheid - een toetsing tijdens de benoemingsperiode - aan de orde zijn.

Is een zienswijze nodig als een zittend rvc-lid wordt benoemd tot rvc-voorzitter?

Nee, wanneer een zittend rvc-lid de rol van rvc-voorzitter op zich neemt, is dit volgens de Woningwet geen (her)benoeming waarvoor een zienswijze geschiktheid en betrouwbaarheid moet worden aangevraagd. Het is wel raadzaam om de Aw over de wisseling te informeren.

Bij een eventuele herbenoeming van de commissaris in de rol van rvc-voorzitter beoordeelt de Aw, in het kader van de zienswijze geschiktheid en betrouwbaarheid, de passendheid in relatie tot de aard en zwaarte van de voorzittersfunctie en de aard en omvang van de werkzaamheden van de corporatie.

Is een zienswijze nodig als een zittend rvc-lid wordt benoemd tot huurderscommissaris?

De Aw stelt zich sinds de herziening van de Beleidsregel per 1 juli 2025 op het standpunt dat, als vaststaat dat de huurdersorganisatie instemt met de opvolging van de huurderscommissaris door een ander zittend rvc-lid, een nieuwe werving- en selectieprocedure voor de nieuwe huurderscommissaris niet nodig is en geen zienswijze hoeft te worden aangevraagd.

Bij een eventuele herbenoeming van de huurderscommissaris beoordeelt de Aw, in het kader van de zienswijze geschiktheid en betrouwbaarheid, de passendheid in relatie tot de aard en zwaarte van deze functie en de aard en omvang van de werkzaamheden van de corporatie.

Voor 1 juli 2025 stelde de Aw zich op het standpunt dat een bindende voordracht gekoppeld is aan een (her)benoeming. Als een huurdersorganisatie een zittende commissaris wilde voordragen die (nog) geen huurderscommissaris was, diende de betreffende commissaris af te treden en te worden (her)benoemd als huurderscommissaris. Voor de nieuwe huurderscommissaris moest een zienswijze worden aangevraagd. In de handreiking van VTW en Woonbond  (januari 2025) staat dit nog vermeld als geldig standpunt van de Aw.

Wat is een ‘tussentijdse toets’?

De Aw heeft de mogelijkheid tot een tussentijdse toetsing van de bestuurder en commissaris. Dit is een waarborg voor doorlopende geschiktheid en betrouwbaarheid van de bestuurder en commissaris.

De Aw zet deze toets alleen in uitzonderlijke situaties in. Denk aan nieuwe feiten of omstandigheden die aanleiding geven tot twijfel over de geschiktheid of betrouwbaarheid. Of wanneer achteraf blijkt dat bij de oorspronkelijke toetsing onjuiste of onvolledige informatie is verstrekt.

Het besluit om een tussentijdse toetsing te starten is ingebed in een zorgvuldige procedure, inclusief hoor en wederhoor. Een positieve uitkomst van deze toetsing is een goede legitimatie voor de voortzetting van de werkzaamheden als bestuurder of commissaris. Een negatieve uitkomst kan leiden tot intrekking van de eerder afgegeven zienswijze.

Zie de website van ILT.

Wat als de Aw de zienswijze intrekt?

Als de Aw de zienswijze intrekt, staat hiertegen bezwaar en beroep open op grond van de Algemene wet bestuursrecht.

Na intrekking van de zienswijze blijft de benoeming door de rvc rechtsgeldig, maar strijdig met het belang van de volkshuisvesting. De Aw kan in dat geval een interventie opleggen als rvc, bestuurder of commissaris nalaten passende maatregelen te nemen.