Essay Floor Milikowski: Terug naar betaalbaar en gemeenschapsgericht wonen

Wooncoöperaties bieden een alternatief voor de ferme uitdagingen op het gebied van betaalbaarheid en gemeenschapsvorming. Coöperaties zoals De Warren laten zien dat het anders kan. Ze kunnen ons inspireren voor een toekomst van wonen in Nederland.

CV: Floor Milikowski (1980) is journalist en sociaal geograaf. Ze studeerde planologie en sociale geografie aan de Universiteit van Amsterdam en aan San Francisco State University. In 2018 verscheen haar  bestseller ‘Van wie is de stad’, dat werd genomineerd voor de Prinsjesboekenprijs voor het beste politieke boek en door Boekhandel Scheltema werd uitgeroepen tot Boek van het Jaar. In 2020 schreef Milikowski 'Een klein land met verre uithoeken'. Sinds 2010 schrijft ze vooral voor De Groene Amsterdammer maar soms ook voor andere media zoals Het Financieele Dagblad en de Volkskrant. Ook geeft Milikowski veel lezingen in het land. Haar laatste boek heet ‘Wij zijn de stad’ (2021).

Het was een feestelijke middag op het nieuwste stuk opgespoten land in de Amsterdamse uitbreidingswijk IJburg. Na zes lange jaren van plannen maken, rekenen, onderhandelen, ontwerpen en ontwikkelen, opende wooncoöperatie De Warren in het voorjaar van 2023 officieel haar deuren. Uitgelaten bewoners keken toe hoe wethouder Reinier van Dantzig symbolisch een boom plantte in de binnentuin van het wooncomplex.

Al lang voor de opening werd er in Amsterdam en ver daarbuiten gesproken over het project.

In een tijd die vooral in het teken staat van zorgen over de betaalbaarheid en de duurzaamheid van het wonen, laat De Warren op een unieke manier zien dat het kan en dat het anders kan. De 36 woningen in het gebouw variëren van studio’s tot bescheiden gezinswoningen en hebben een huur tussen de 700 en 1200 euro. De huur gaat niet naar een externe eigenaar, maar naar de bankrekening van de coöperatie, waar alle bewoners lid van zijn. De bewoners annex leden beheren zelf het gebouw en maken zelf onderling afspraken over huurprijzen en andere praktische en financiële zaken.

Het houten gebouw, dat in nauw overleg met initiatiefnemer Chandar van der Zande en andere bewoners is ontworpen door Natrufied Architecture, is volledig energieneutraal, klimaatadaptief en natuurinclusief. De groene gevel moet een trekpleister worden voor bijen, vlinders, vogels, vleermuizen en andere dieren. De vijf woongroepen waarin de bewoners zijn onderverdeeld, delen gemeenschappelijke ruimtes zoals een grote woonkamer, een tuin, een dakterras en een kas, werkruimtes, een ruimte voor sport en yoga en een muziekstudio.

Kavel bestemd voor wooncoöperatie

Om de bouw van De Warren mogelijk te maken, koos de gemeente Amsterdam er bewust om de grondprijs te verlagen. Bovendien was in het bestemmingsplan expliciet vastgesteld dat het kavel bedoeld was voor een wooncoöperatie. Hetzelfde geldt voor een aantal andere kavels op het Centrumeiland van IJburg en voor circa tien kavels elders in de stad. Omdat banken vooralsnog huiverig zijn om deze vorm van wonen te financieren, heeft de gemeente bovendien een fonds van 50 miljoen euro opgericht dat leningen kan verstrekken.

De gemeente ziet in het coöperatieve model als een van de wapens in de strijd tegen de alsmaar stijgende woningprijzen in Amsterdam. Bovendien is het een woonvorm die de sociale cohesie versterkt, eenzaamheid tegen gaat en bewoners meer zeggenschap geeft over hun leefomgeving. Het is geen toeval dat beleidsmakers, politici en bestuurders uit het hele land bezoekjes brengen aan steden in Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland, waar de wooncoöperatie al veel langer een begrip is. In Duitsland wonen naar schatting twee miljoen mensen in een coöperatief (woon)gebouw.

Het coöperatieve project Gleis21 in Wenen won in 2022 de New European Bauhaus Prize voor de categorie Sense of belonging, ofwel de categorie ‘een gevoel van ergens thuishoren’. Gleis21 heeft veel overeenkomsten met De Warren, maar onderscheidt zich door vier kleinere woningen beschikbaar te stellen aan vluchtelingen. Deze tijdelijke bewoners krijgen niet alleen fysiek onderdak, maar ook ‘sociaal onderdak’ in de bewonersgemeenschap. De plaatselijke Diakonie ondersteunt bij deze opvang.

Voor de snelgroeiende arbeidersbevolking

Een coöperatie is niet hetzelfde als een corporatie maar toch zijn er zeker in de oorsprong veel overeenkomsten. Ook de woningbouwverenigingen ontstonden vanuit maatschappelijk engagement, idealisme en zorgen over een gebrek aan fatsoenlijke, betaalbare woningen. De allereerste woningbouwvereniging in Nederland, Vereeniging ten behoeve der Arbeidersklasse te Amsterdam, werd opgericht door rijke Amsterdammers die iets wilden doen voor de snelgroeiende arbeidersbevolking. Na een succesvolle start met achttien woningen aan de Oosterburgermiddenstraat, volgden in de decennia daarna nog achthonderd woningen verspreid over de stad. In een aantal steden, waaronder Arnhem en Den Haag, werd het initiatief al snel overgenomen en vanaf de invoering van de Woningwet in 1901 nam het aantal woningbouwverenigingen snel toe. De wet voorzag voor het eerst in overheidssteun voor woningbouwverenigingen, waardoor de bouw van woningen niet langer afhankelijk was van particuliere en private investeringen. De fundamentele gedachte dat iedereen recht heeft op een fatsoenlijke, betaalbare woning, leidde ook tot de oprichting van gemeentelijke woningbedrijven die in de loop der jaren honderdduizenden woningen bouwden.

Woningbouwverenigingen werden al snel een pijler in de woningbouwproductie en kregen een steeds groter aandeel bij zowel de bouw als het beheer van de landelijke woningvoorraad. Bij de immense bouwopgave in de periode van wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog, kregen de verenigingen, later corporaties, de centrale rol toebedeeld die ze in zekere zin nog altijd hebben. Verspreid over het land, hebben woningcorporaties momenteel bijna 2,4 miljoen woningen in bezit. Dat is ongeveer dertig procent van de totale Nederlandse voorraad van acht miljoen woningen.

'Om de bouw van De Warren mogelijk te maken, koos de gemeente Amsterdam er bewust om de grondprijs te verlagen'

Toch vertellen die cijfers niet het hele verhaal. Want hoewel de corporaties nog nooit zoveel woningen in bezit hebben gehad als nu, is de positie van de corporaties ingrijpend veranderd. Waar het landelijke en gemeentelijke woonbeleid vooral in de periode na de Tweede Wereldoorlog nadrukkelijk gericht was op betaalbaar wonen als basisvoorziening voor iedereen, is het wonen sinds de jaren negentig steeds meer een handelsproduct geworden. Het is een bewuste politieke keuze geweest om de bouw en het beheer van woningen grotendeels over te laten aan marktpartijen en om het aandeel huurwoningen van de totale voorraad drastisch te verminderen. De rol van corporaties en gemeentelijke woningbouwbedrijven bij de woningproductie is voor een groot deel overgenomen door institutionele beleggers en projectontwikkelaars. Bewoners zijn vaker klant of consument, soms als huurder, soms als koper. Om de invloed van de overheid te verkleinen en die van de markt te vergroten, zijn corporatiewoningen op grote schaal verkocht en is een de huurprijs van aanzienlijk deel van de huurwoningen in Nederland geliberaliseerd.

Na ruim dertig jaar zijn zowel de voor- als de nadelen van deze omslag goed zichtbaar. Ten opzichte van de decennia van wederopbouw is de kwaliteit en de diversiteit van de gebouwde woningen duidelijk verbeterd. Bovendien heeft het grote aandeel koopwoningen gezorgd voor een democratisering van het woningbezit: particuliere kopers hebben eigen kapitaal kunnen opbouwen waar dat kapitaal in het verleden vooral in het bezit was van de overheid, de corporaties, bedrijven of vermogende families.

Maar daar staan pijnlijke andere ontwikkelingen tegenover: betaalbare woningen zijn steeds schaarser geworden en de betaalbare woningen die er nog zijn staan veelal geclusterd in buurten waar de kwaliteit van leven onder druk staat. Er is veel achterstallig onderhoud aan de woningen, de openbare ruimte is verwaarloosd, (publieke) voorzieningen zijn verdwenen en de opstapeling van sociaaleconomische problemen in de bewuste buurten zorgen voor achterstanden en spanningen. Dat de corporaties een aantal jaren wettelijk gezien geen rol hebben mogen spelen bij het verbeteren van de leefbaarheid en het in stand houden van belangrijke publieke voorzieningen, heeft deze problemen vergroot.

Ondergeschikt aan rekenmodellen

De opkomst van wooncoöperaties als alternatief model, zoals De Warren op IJburg, is een direct gevolg van deze problemen. Het concept is een antwoord op de schaarste aan betaalbare woningen en op de zakelijke blik die het woonbeleid de afgelopen decennia heeft gedomineerd. Zowel in Den Haag als bij grote institutionele partijen zijn het welzijn van bewoners, de leefbaarheid in buurten en de kwaliteit van woningen ondergeschikt geraakt aan rekenmodellen. Ook bij woningcorporaties wordt aan het einde van het jaar vooral gekeken naar het financiële rendement. Hoe het gaat met de mensen en de buurten is van secundair belang.

Bij De Warren en bij andere wooncoöperaties is het denken omgedraaid. Het begon bij de behoefte om voor een redelijke prijs op een fijne plek te wonen en om deel uit te maken van een gemeenschap. Daar kwam de wens bij om iets te bouwen dat de directe leefomgeving, zowel sociaal als ecologisch, niet stuk maakt maar juist versterkt. Vanuit die ambitie is men gaan puzzelen en rekenen, tekenen en denken, net zo lang totdat de rekensom klopte en zonder concessies te doen aan de idealen. De verlaagde grondprijs van de gemeente was daarbij doorslaggevend.

Het coöperatieve model is een mooie toevoeging aan het bestaande landschap maar heeft ook een specifieke zwakte. Omdat het leunt op een kleine, hechte gemeenschap, zijn het vaak behoorlijk homogene bewonersgroepen. Hoewel wordt gezocht naar manieren om meer inclusief en toegankelijk te zijn, blijkt dat in de praktijk vooralsnog lastig.

'Hoewel corporaties nog nooit zoveel woningen in bezit hebben gehad als nu, is hun positie ingrijpend veranderd'

Voor de corporaties zouden de kracht en de zwakte van het coöperatieve model een inspiratie kunnen vormen voor een nieuwe manier van werken en denken. Hoe creëer je een model dat grotendeels uitgaat van dezelfde ambities als de coöperaties maar met een meer toegankelijk en inclusief karakter? Deels betekent het een stap terug naar de oorsprong van de woningbouwverenigingen: fijn en betaalbaar wonen voor iedereen. Tegelijkertijd sluit het aan bij de opgaven en vraagstukken van de 21e eeuw: fijn en betaalbaar wonen, meer sociale cohesie en gemeenschapszin, in een gebouw dat recht doet aan de noodzaak om ecologische structuren te versterken en de impact van klimaatverandering te verkleinen.

Net als bij De Warren en vergelijkbare projecten en net als bij de eerste woningbouwverenigingen uit de negentiende eeuw, zouden de menselijke en maatschappelijke behoeften weer voorop moeten staan in de doelstellingen en werkwijze van de corporaties. Dat betekent een andere manier van denken en werken. Hoe creëer je processen, samenwerkingen en rekenmodellen die in dienst staan van de kwalitatieve ambities? Hoe creëer je gemeenschapszin en geef je bewoners meer zeggenschap en invloed op hun woonomgeving? Te vaak wordt nu nog gezegd dat het niet betaalbaar is. Maar waar een wil is, is een weg. Wie daarover twijfelt, kan een kijkje gaan nemen op het Centrumeiland van IJburg.

Ga naar de hele essaybundel door dubbel te klikken op het beeld hieronder


Veel gezocht