Huurverhogingen vrije sector

26-03-2024 10:03

De koppeling van huurverhogingen in de vrije sector aan loonontwikkeling is nodig om te voorkomen dat de huurprijsontwikkeling structureel achterblijft bij de ontwikkeling van lonen en inflatie. Dat zegt minister De Jonge in de nota naar aanleiding van het verslag met betrekking tot de wet die de verlenging van de maatregel regelt. Diverse partijen vroegen waarom de minister ervoor kiest om af te stappen van de systematiek dat de jaarlijkse maximale huurverhogingen worden gekoppeld aan de laagste van inflatie of loonontwikkeling.

"De bestaande systematiek, waarin wordt aangesloten bij het laagste percentage van de inflatie en de cao-loonontwikkeling, kan op lange termijn ertoe leiden dat huurprijzen structureel achterblijven bij de inflatie- en loonontwikkeling en daarmee voor verhuurders op den duur onhoudbaar is", aldus de minister. "Een koppeling aan de loonontwikkeling vermeerderd met 1 procentpunt is daarmee volgens de regering een alternatief dat het dichtst bij de eerder gehanteerde maximering van inflatie vermeerderd met 1 procentpunt blijft."

Bovendien wordt met de koppeling aan de lonen geborgd dat bij hoge inflatie niet direct ook de huren fors omhoog gaan. Onder andere de Raad van State vond de koppeling aan de inflatie logischer, maar de minister deelt die mening dus niet. "In tijden van hoge inflatie blijft de loonontwikkeling in eerste instantie achter op de inflatie. Een systematiek waarbij in tijden dat de lonen achterblijven bij de inflatie, de loonontwikkeling wordt gevolgd, voldoet daarmee aan het doel van de Wet maximering huurprijsverhogingen geliberaliseerde huurovereenkomsten: het beschermen van huurders tegen hoge jaarlijkse huurverhogingen."

De Jonge spreekt daarnaast in reactie op vragen van de VVD tegen dat er sprake is van een cumulatie van wettelijke maatregelen op de huurmarkt. Hij wijst op een evaluatie waaruit blijkt dat de maximering van huurprijsverhogingen in de vrije sector weinig impact heeft op de business case en de investeringsbeslissingen van verhuurders. "Het heeft daarom meerwaarde de bescherming te behouden en deze verlenging draagt slechts beperkt bij aan de ‘stapeling van wetgeving’", aldus de minister.

"Voor de volledigheid merkt de regering op dat de wijzingen in box-3 betrekking hebben op de wijze waarop het rendement wordt belast en het rendement zelf niet beïnvloedt. Daarnaast geldt dat de vrije huurmarkt voor een beperkt deel bestaat uit kleine particuliere verhuurders, waarbij de huurinkomsten middels box-3 van de inkomstenbelasting belast worden. Voor de grotere institutionele verhuurder zijn wijzigingen ten aanzien van box-3 niet relevant."

Verder verdedigt De Jonge de tijdelijkheid van de wet. Onder andere GroenLinks/PvdA had aangedrongen op het permanent maken van de wet, aangezien het volgens hen evident is dat huurders ook in de vrije sector altijd beschermd moeten worden tegen extreme huurstijgingen. Volgens de minister moet over drie jaar eerst bezien worden of de Wet betaalbare huur invloed heeft op de huurprijzen in de vrije sector. "In deze fase kan dan nader worden bekeken of de huurprijsbescherming voor het resterende geliberaliseerde segment nodig en wenselijk blijft. Het is aan een volgend kabinet daar een afweging in te maken", aldus de minister.

Nota naar aanleiding van het verslag inzake Wijziging van de Wet maximering huurprijsverhogingen geliberaliseerde huurovereenkomsten, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte en van de Wet goed verhuurderschap (verlenging, wijziging en handhaving van de maximering en verkorting van de verjaringstermijn voor huurverhogingen)


Veel gezocht