RvC Meavita schuldig aan wanbeleid

Vorige week deed de Ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam uitspraak ​op het verzoek van ABVAKABO FNV tot het vaststellen van wanbeleid bij het (voormalige) Meavita-concern. De thuiszorgorganisatie ontstond in 2007 uit een fusie van vier grote zorginstellingen. Twee jaar later ging het al failliet met een miljoenenschuld. Het bedrijf stak o.a. geld in een videotelefoon die niemand wilde, in een televisiezender en in zorgcentra in het buitenland.

De Ondernemingskamer is duidelijk over waar de schuld ligt van het  faillissement van Meavita: de RvC en de bestuurders. Vakbond Abvakabo FNV wil de oud-bestuurders en toezichthouders, onder wie de fractievoorzitter van de VVD in de Eerste Kamer Loek Hermans, persoonlijk aansprakelijk stellen en een voorbeeld stellen om herhaling te voorkomen. Loek Herman is inmiddels afgetreden als senator. 

Uitspraak
De Ondernemingskamer oordeelt: 'De zittende raad van commissarissen van Meavita, en in het bijzonder Loek Hermans, hebben de per 1 oktober 2007 aangetreden nieuwe leden van de raad van commissarissen ten onrechte niet volledig over de bestaande problemen geïnformeerd. Hermans en medecommissarissen hebben belangrijke interne en externe signalen over het functioneren van bestuursvoorzitter Theo Meuwese als voorzitter van de raad van bestuur onthouden. Meuwese heeft welbewust en in strijd met de interne regelgeving op basis van een gewrongen redenering het besluit tot het opzetten van het TVfoon project respectievelijk het aangaan van de mantelovereenkomst niet ter goedkeuring aan de raad van commissarissen voorgelegd.' 

De Ondernemingskamer geeft met haar uitspraak een nadere invulling aan de taakopvatting van de RvC die in het geval van de RvC van Meavita duidelijk te beperkt was.

Lees de complete uitspraak

Verworpen
Op een aantal punten is het verwijt van wanbeleid verworpen. Zo waren de salarissen en ontslagvergoedingen in het algemeen in overeenstemming met de desbetreffende adviesregeling van de directeurenvereniging NVZD. En voor zover dat niet het geval was, berustte de afwijking op een eerder afgesloten arbeidsovereenkomst dan wel was deze niet disproportioneel. Ook met betrekking tot de steunaanvraag bij de NZa is geen wanbeleid gebleken.

 


Terug