Autoriteit Woningcorporaties publiceert Staat van de Corporatiesector 2022

In de jaarlijkse Staat van de Corporatiesector geeft de Autoriteit woningcorporaties (Aw) het beeld van belangrijke actuele ontwikkelingen in de sector. Minister De Jonge (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening) heeft de Tweede Kamer en de Eerste Kamer geïnformeerd over de Staat van de Corporatiesector 2022 en hier een reactie op gegeven. 

De minister gaat in zijn brief in op de drie signalen die het belangrijkst zijn voor het functioneren van het stelsel.

1. Inzicht in de realiseerbaarheid van lokale prestatieafspraken en begrotingen van corporaties is essentieel voor effectieve regie over de volkshuisvesting.
De minister herkent de zorg van de Aw dat de realisatiegraad van de plannen van corporaties in hun prognoses te wensen over laat. En herkent het signaal van de Aw dat het essentieel is voor de gezamenlijke uitvoering van de Nationale prestatieafspraken dat er stevige en realistische lokale prestatieafspraken en begrotingen worden gemaakt door corporaties. Hij stelt: "Voor mij begint dit bij het maken van meer concrete en afdwingbare lokale prestatieafspraken. De prestatieafspraken zouden daarom niet alleen moeten gaan over doelstellingen en te behalen aantallen, maar ook over wederkerige afspraken over de voorwaarden die daarvoor nodig zijn. Bijvoorbeeld over grond voor nieuwbouw of over het proces van het verstrekken van bouwvergunningen. De afspraken zouden zo concreet moeten zijn dat als de afgesproken aantallen niet gehaald worden, aanwijsbaar is in welke stap het mis is gegaan. Met de voorstellen die ik doe in het Wetsvoorstel versterking regie op de volkshuisvesting (Wvrv) kan in het uiterste geval dan ook de nakoming van de prestatieafspraken worden afgedwongen."

De minister kondigt aan een heldere monitoring van de Nationale prestatieafspraken in te zullen richten zodat er beter zicht komt op de plannen die corporaties hebben, hoe zich die verhouden tot de lokale prestatieafspraken en de nationale doelen. 

2. Voldoende grond voor de nieuwbouw van corporaties. Meer ruimte voor corporaties voor het verwerven van grond kan hierbij een belangrijke factor zijn.
De Aw vraagt volgens de minister terecht aandacht voor de benodigde locaties voor het realiseren van de nieuwbouwopgave van corporaties. In de woondeals waar de minister aan werkt moet duidelijk worden hoeveel er de komende jaren per gemeenten gebouwd gaat worden, waar er gebouwd gaat worden en voor wie. Op deze manier moet de landelijke opgave van 250.000 sociale huurwoningen concreet vertaald worden naar de omgevingsplannen van gemeenten. Als het wetsvoorstel versterking regie volkshuisvesting is aangenomen kunnen provincies en gemeenten ook worden gehouden aan het realiseren van die opgave, aldus de minister. Daarnaast wil de minister de corporaties meer mogelijkheden geven om grondposities in te nemen, door de termijn waarvoor ze grondposities mogen aanhouden in hun DAEB-tak te verlengen in de regelgeving aan te passen. 

3. Toenemende afstemming van de huren op lage inkomens maakt de gewenste kwaliteitsgroei van corporatiewoningen onzeker.
De Aw signaleert dat de afgelopen jaren verschillende maatregelen zijn genomen door het Rijk om de betaalbaarheid voor huurders te verbeteren, maar dat dit ten koste gaat van het duurzame verdienmodel van de corporaties en hun investeringsruimte. De minister geeft aan dit punt te herkennen maar de betaalbaarheidsmaatregelen die zijn afgesproken in de Nationale prestatieafspraken van groot belang te vinden.

De Aw heeft ook een drietal nieuwe beleidssignalen in de Staat opgenomen en drie signalen uit eerdere edities benoemt die aandacht blijven vragen. De minister gaat in zijn brief ook in op deze signalen: 

4. Een nieuwe toets op de financiële haalbaarheid van de opgaven is nodig in 2023.
5. Eenduidig meten van de woon- en bouwtechnische kwaliteit is nodig om afspraken over de kwaliteit van woningen te monitoren.
6. De uitkomsten van de toets op de financiële haalbaarheid van de opgaven worden realistischer wanneer de verschillen tussen de normwaarden en de waarden waarmee corporaties rekenen worden meegenomen.
7. Corporaties hebben inzicht nodig in de onderbouwing van de bovengrens voor de geborgde leningenportefeuille en daarmee de eventuele ontwikkeling.
8. ATAD-regelgeving past niet bij corporaties.
9. Het sneller afschaffen van de markttoets is nodig om de bouw van 50.000 middenhuurwoningen te stimuleren.

De gehele reactie van de minister kunt u lezen in de Kamerbrief

Lees de Staat van de Corporatiesector 2022 en het Onderzoeksrapport 

Bekijk hier de VTW Podcast 'De Staat van de de corperatiesector'


Terug