Terugblik - 365 dagen WoningzoekendenWat heeft de scheurkalender gebracht?Terugblik van Annemarieke van Ettinger-van Herk, directeur Maaskoepel, actievoerder voor Gewoon Wonen. Ik heb dit jaar elke dag een bladzijde omgeslagen. Soms gedachteloos, soms met tegenzin, soms met een brok in mijn keel. De 365 woningzoekenden kalender lag op mijn bureau als een stille metgezel. Geen planningstool. Geen inspiratiequote. Maar gezichten. Namen. Levens die wachten. Wat mij het meest raakte, was niet het tekort aan woningen. Dat wist ik al. Het was het leed dat er achter schuil gaat. De tijd die stilstaat terwijl de wereld door raast. Mensen die geen volgende stap kunnen zetten, omdat alles afhankelijk is van een sleutel die maar niet komt. Geen kind, geen scheiding, geen herstel, geen rust. Het leven op pauze. Geen stap vooruit, geen ademruimte. Het bestaan ingeklemd tussen hoop en uitstel. In gesprekken met mensen om mij heen merkte ik iets terugkerends. Ze zagen de kalender en zeiden: “Dit zie ik niet in mijn Albert Heijn.” Niet als ontkenning, maar als constatering. En daar begon het inzicht te verdiepen. De woningnood is geen zichtbaar drama. Ze speelt zich af achter gesloten deuren, op logeerbedden, in auto’s, in levens die aan de buitenkant functioneren. Logischerwijs verborgen gehouden door mensen zelf. Uit trots. Uit schaamte. Uit zelfbescherming. Dat verborgen houden vergroot het leed in de samenleving. Omdat het onzichtbaar blijft. Wat niet gezien wordt, roept geen collectieve verantwoordelijkheid op. Het wordt iets abstracts, iets van cijfers en beleid, niet van buren en collega’s. En zolang anderen het niet zien, voelen zij ook minder urgentie om te bewegen. Dan blijft het probleem netjes op afstand. De kalender maakte dat scherp. Niet door te pushen, maar door te vertragen. Door elke dag opnieuw te laten zien hoe dun de lijn is tussen gewoon wonen en nergens echt thuishoren. En ook door mij te confronteren met iets ongemakkelijks: hoe snel zelfs schrijnende verhalen kunnen slijten. Wennen is menselijk. Maar het is ook gevaarlijk. Ik realiseerde me dat zichtbaarheid een paradox is. We hebben verhalen nodig om urgentie te voelen, maar we mogen mensen niet dwingen hun kwetsbaarheid steeds opnieuw tentoon te stellen. Verandering kan niet leunen op het steeds verder openen van wonden. De vraag is dus niet óf we zichtbaar maken, maar hoe. Hoe geven we anderen inzicht, zonder dat degenen die al in een lastige situatie zitten opnieuw de prijs betalen? Aan het einde van dit jaar blijf ik achter met die vraag. Minder antwoorden, meer verantwoordelijkheid. De kalender bracht me geen geruststelling. Het bracht helderheid. Het bracht nieuwe energie en menselijkheid in mijn gesprekken met samenwerkingspartners. En het besef dat echte beweging blijft vragen om nieuwe vormen van zichtbaarheid - zorgvuldig, menselijk, en gedeeld. Want wat verborgen blijft, verdwijnt niet. Het groeit. |