De Staat van de Corporatiesector 2025Donderdag 20 februari heeft de minister van VRO de Staat van de Corporatiesector 2025 aan de Kamer aangeboden. Er worden regiobijeenkomsten georganiseerd om hierover in gesprek te gaan binnen de sector. Via uw corporatie is hiervoor een uitnodiging ontvangen. De VTW gaat nog met AW in gesprek over de Staat van de Corporatiesector. Medio maart publiceren wij ook een podcast over dit onderwerp. Wij hebben de meest relevante onderdelen van de staat van de corporatie voor toezichthouders uitgelicht.
7 Signalen
Hieronder vindt u links naar de landingspagina over de Staat, een nieuwsbericht van Aw, en de Kamerbrief van de minister. Landingspagina Nieuwsbericht (persbericht) Beleidsreactie BZK (VRO) Onze specifieke aandacht ging uit naar:
Risicobereidheid
Het Rijk zal als achtervanger het effect moeten accepteren van het DPM op het risicoprofiel van de sector. Door de uitvoering van de afgesproken opgaven kunnen de ratio’s op sectorniveau gaan verschuiven naar het niveau dat de Aw en WSW hebben geformuleerd voor individuele corporaties (de grenswaarden). De Aw en WSW zullen bij overschrijdingen van die grenswaarden meer een maatwerkaanpak hanteren. Dit betekent dat de sector bij zwaar weer zelf minder mogelijkheden zal
hebben om die overschrijdingen op te vangen. Het concept volkshuisvestelijke continuïteit maakt het minder makkelijk de opgave op te offeren ten gunste van financiële continuïteit zonder inzet van het Rijk.
Aw en WSW
In het DPM is afgesproken dat de Aw en WSW uitwerken of en hoe het bewaken van de grensratio’s kan worden veranderd. De mogelijke gedragseffecten die dit met zich meebrengt voor corporaties moeten hierbij expliciet worden meegenomen. Het mogelijk te snel onder verscherpt toezicht dan wel bijzonder beheer komen maakt het voor corporaties moeilijker uitvoering te geven aan de kaders van het DPM.
blz 49:
Het regionaal perspectief heeft ook gevolgen voor de verhouding van corporaties tot gemeenten en projectontwikkelaars in de regio. Want hun inzet is ook essentieel voor het behalen van de afspraken op woondealniveau. Hoe krijgen corporaties voldoende posities in locatieontwikkelingen om de doelstellingen voor nieuwbouw waar te maken?
De andere oriëntatie vraagt om andere afwegingen binnen een corporatie en misschien ook andere kwaliteiten van bestuurders en commissarissen. Corporaties zullen voor zichzelf moeten nagaan wat dit betekent voor bestuur, raad van commissarissen en de werkorganisatie, en hoe zij daarop moeten
inspelen.
Veranderingen in toezicht
Het governance-toezicht van de Aw is gericht op de besturing van de corporatie. In welke mate is de organisatie in staat de uitdagingen die de veranderingen met zich meebrengen, het hoofd te bieden?
Het stelseltoezicht richt zich op de vraag of de sector in staat is en voldoende wordt gefaciliteerd om de gezamenlijke opgaven aan te pakken. Dit kan leiden tot signalen dat de stelselwerking op bepaalde terreinen niet optimaal is. Bijvoorbeeld op het gebied van wetgeving, corporatiemiddelen of de kwaliteit van de organisatie. Of niet-realiseerbare afspraken omdat corporaties of andere stelselpartijen deze niet waar kunnen maken. Meer aandacht voor het regionaal perspectief biedt de Aw kansen om als onafhankelijk toezichthouder meer zicht te krijgen op hoe een regionaal stelsel functioneert en daar zo nodig signalen over af te geven. De mogelijkheid tot het vergelijken van regio’s maakt deze aanpak krachtiger. Ook voor het individueel toezicht levert dit perspectief een versterking van inzicht op: heeft een corporatie de regionale oriëntatie omarmd en leidt dit tot heroverweging van beleid, de gewenste kwaliteiten en de gewenste capaciteit voor de verschillende onderdelen van een corporatie?
Pilot U10
De Aw is een pilot gestart waarin ze samen met corporaties open stilstaat bij het functioneren van de regio Utrecht in de bouw van corporatiewoningen. Voor een evenwichtig beeld gaat de Aw ook met enkele gemeenten in gesprek.
Hoe verder - blz. 52
Na evaluatie van de pilot kijkt de Aw hoe het regionaal perspectief kan worden verbonden met het huidige individueel toezicht en stelseltoezicht. Met als doel: bijdragen aan vernieuwing van het externe toezicht, dat aansluit op de veranderingen in het stelsel en daaraan kan bijdragen.
Uit het onderzoek zijn feitelijkheden te halen die mogelijk interessant zijn voor
gesprekken.
bron: de Staat van de Corporatiesector - Ministerie van VRO
|